VAN BEEK



         van BEEK

 

Deze site is opgedragen aan mijn vader:                                                                                           Wat geschreven is, blijft bewaard en voor altijd levend.

Het was een redelijk zonnige dag die 2e april in 1895. De 11 jarige Martinus van Beek stond klaar om met zijn moeder en stiefvader op reis te gaan. Zij gingen het Brabantse Geldrop verlaten om in de Haagse residentie een nieuw bestaan op te bouwen. Het was voor de kleine jongen een spannend avontuur wat lonkte maar toch was de kleine Martinus ook een beetje bedroefd. Hij moest afscheid nemen van al zijn vriendjes.

De familie van Beeck was al eeuwen gevestigd in kleine gemeentes tussen Eindhoven en Helmond gelegen. Martinus Goorts van Beeck woonde in Stiphout en daar werden ook zijn kinderen geboren eind 1600. Het was de startplaats van waar zijn kleinkinderen uitwaaierden over andere dorpen.

Stiphout was arm, de inwoners leefden van het kleine boerenbedrijf en de linnenweverij. Op de akkers werd hoofdzakelijk rogge en boekweit verbouwd, en op de hooi- en beemd landen graasden de koeien. Buiten de kudde schapen was de veestapel gering. Herhaaldelijk kreeg men te maken met vreemde troepen zoals de Geldersen die Stiphout verwoestten in 1512 en de Spanjaarden die in 1587 de kerk in brand staken. In 1593 moest het dorp een schatting aan de Spaanse troepen betalen. Na deze oorlogsjaren herstelde de economie zich weer enigszins. In 1730 werd voor het eerst een schooltje gebouwd in Stiphout. In 1810 werd de gemeente Stiphout opgericht in de moderne zin van het woord.

Maar we waren gebleven bij de kleinkinderen van Martinus Goorts van Beeck. Die kleinkinderen gingen niet ver weg, zij trokken naar naburige dorpen zoals, Geldrop, Mierlo, Son en Nuenen. Pas in de tweede helft van 1800 trok men ook voorbij de provinciegrens en verloor een gedeelte van deze nakomelingen de C in van Beeck. Zo was daar Martinus van Beek, grondlegger en oprichter van het eerste Doveninstituut, die uiteindelijk in Antwerpen overleed. Of Johannes van Beek, die als zoeaaf deelnam aan het pauselijk leger en daarvoor natuurlijk naar ItaliŽ vertrok.

Terug naar onze Martinus die vanaf zijn 11de verder opgroeide in Den Haag. Hij leerde in deze residentie de struise en humoristische Jannetje Paulina Wilhelmina Ket kennen en al snel werden zij een echtpaar. Het huwelijk werd bekroond met drie stoere zonen, waaronder mijn vader, en zo ontsproot de Haagse tak van de Stiphoutse van Beeck naar van Beek.

Marianne van Beek    3 september 2011